examenopgaven 6 vwo thema 4druk op toets F11 om de afbeeldingen beter te zien  

1v2007-1-10 4v2006-1-13 6v2005-1-02 12v2003-1-36 13v2002-1-15 16v2001-1-14 19v2000-1-16
2v2007-1-34 5v2006-1-15 7v2005-1-03 14v2002-1-31 17v2001-1-19
3v2007-1-35 8v2005-1-05 15v2002-1-32 18v2001-1-20
9v2005-1-06
10v2005-1-07
11v2005-1-08

Malaria
In de tropen komen veel ziekten voor waarbij insecten een belangrijke rol spelen. Bij malaria gaat het daarbij om muggen van het genus (geslacht) Anopheles. Zij brengen eencellige parasieten van het genus Plasmodium over: Plasmodium falciparum, Plasmodium malariae, Plasmodium ovale en Plasmodium vivax. Van deze parasieten is Plasmodium falciparum verantwoordelijk voor de dodelijke hersenmalaria.
Vooral voor autochtone kinderen tussen ťťn en vijf jaar en voor toeristen is dit een uiterst gevaarlijke ziekte. Volwassen bewoners hebben veelal een bepaalde resistentie ontwikkeld.

In de levenscyclus van malariaparasieten worden drie ongeslachtelijke stadia onderscheiden: de trofozoieten, merozoieten en sporozoieten.
In de volgende afbeelding is de levenscyclus van de malariaparasiet weergegeven.

bron: H.H.Kreutzer en A.A.G.Oskamp, Biologie deel 4H, 1983, 58

Uit elke sporozoiet ontwikkelen zich in een levercel 10.000 tot 30.000 trofozoieten. Deze komen na ongeveer 5 dagen in het bloed terecht. In een rode bloedcel vermenigvuldigt de trofozoiet zich in 48 uur tot 12-16 merozoieten, die vrijkomen doordat de rode bloedcel te gronde gaat. De meeste merozoieten gaan meteen over in trofozoieten, die nieuwe rode bloedcellen binnendringen.
Vaak is een van de kenmerken van malaria geelzucht, als gevolg van een verhoogde afbraak van rode bloedcellen. Daarbij ontstaat veel bilirubine, een omzettingsproduct van hemoglobine.

1p   1 Waar is de concentratie bilirubine bij geelzucht veel hoger dan normaal?
A alleen in de leverader en de poortader
B alleen in de uitwerpselen
C alleen in de urine
D in alle bloedvaten en in de urine
 


Astma
tekst
Veel astmapatiŽnten zijn overgevoelig voor bepaalde antigenen die bij inademing in de bronchiŽn komen en daar een allergische reactie veroorzaken. Zo een astma-aanval wordt gekenmerkt door benauwdheid en kortademigheid, veroorzaakt door een krampachtig samentrekken van spieren in de wand van de bronchiŽn. De antigenen brengen in bepaalde cellen in de slijmlaag van de luchtwegen de productie van een antistof type Ig-E op gang. Deze antistof sensibiliseert in de wand van de bronchiŽn mestcellen, die reageren door bepaalde stoffen af te geven. Deze stoffen veroorzaken, onder andere via het zenuwstelsel, het optreden van spiercontracties in de wand van de luchtpijpvertakkingen.

Tijdens een ernstige astma-aanval stijgt de pH van het bloed van de patiŽnt, met als gevolg een vermindering van het zuurstofaanbod in de weefsels. Neem aan dat 100% O2-verzadiging overeenkomt met 20 mL O2 per 100 mL bloed en dat de pO2 tussen longen en weefsels afneemt van 14 kPa naar 4 kPa.
2p   2 Hoe groot is het verschil in O2-verzadiging in de weefsels als de pH van het bloed van 7,4 naar 7,6 stijgt en hoeveel mL O2 komt er dan naar schatting minder uit 100 mL bloed in de weefsels?
verschil in
O2-verzadiging
verminderd
O2-aanbod
A 0,5% 1,0 mL
B 2,5% 0,5 mL
C 12,5% 2,5 mL
D 25% 5,0 mL
E 50% 10 mL
F 65% 13 mL
 

Tijdens het roken van een sigaret zet teer zich af in de longblaasjes en de luchtwegen. De nicotine uit tabaksrook belemmert de trilhaarwerking in de luchtwegen.
2p   3 Leg aan de hand van deze twee gegevens uit dat roken astmatische verschijnselen verergert.
 


Luchtpijp
In de afbeelding hieronder is een doorsnede van de wand van de luchtpijp van de mens weergegeven.
Drie delen van de wand zijn ernaast uitgetekend.

bron: W.H. Freeman en D. Bracegirdle, An atlas of Histology, London, 1987, 98-99

Twee weefseltypen zijn met de letters P en Q aangegeven.

2p   4 - Geef van elk van deze twee weefseltypen de naam.
- Geef kort aan welke functie elk weefseltype heeft in de luchtpijp of voor de luchtpijp zelf.
 


Calciumhomeostase
In de afbeelding hieronder wordt schematisch een deel van de regulatie van het calciumgehalte in het bloed weergegeven. De Ca 2+-concentratie in het bloedserum schommelt rond de 1,25 millimol per liter.

bewerkt naar: S. Silbernagl en A. Despopoulos, Sesam Atlas van de Fysiologie, Baarn, 2001, 291

Als bij iemand de Ca 2+-concentratie in het bloedserum tot onder de normwaarde daalt, worden door regelmechanismen in het lichaam bepaalde processen bevorderd of geremd, waardoor de Ca 2+-concentratie in het bloedserum weer stijgt (zie bovenstaande afbeelding).

3p   5 Beschrijf de vier processen die een gevolg zijn van deze regelmechanismen, waardoor de Ca 2+-concentratie in het bloedserum weer stijgt.
 


Integratie
In de afbeelding hieronder is schematisch de regulatie van een aantal animale en vegetatieve functies bij de mens weergegeven. Al deze functies spelen een rol bij het constant houden van het inwendig milieu. Met pijlen is aangegeven waar overdracht van informatie en transport van stoffen plaatsvindt. Dit schema is opgezet rond een enkele cel.



bewerkt naar: J.A. Bernards en L.N. Bouman, Fysiologie van de mens, Utrecht, 1994, figuur 1-1

Met de pijlen P, Q en R in bovenstaande afbeelding zijn processen aangegeven die betrekking hebben op het transport van zuurstof.
Enkele veranderingen die zich kunnen voordoen zijn:

1 toename van de pCO2 in het bloed;
2 verlaging van de bloeddruk;
3 daling van de pH in het bloed.
2p   6 Door welke van deze veranderingen wordt het transport van zuurstof aangeduid met pijlen Q en R, bevorderd?
A alleen door 1
B alleen door 2
C alleen door 1 en 2
D alleen door 1 en 3
E alleen door 2 en 3
F door 1, 2 en 3
 

In bovenstaande afbeelding is een bepaald segment met 'inwendig milieu' aangeduid. In dit segment bevindt zich een vloeistof.
1p   7 Hoe wordt deze vloeistof genoemd?
 

In de afbeelding hierboven is met verschillende pijlen de opname en afgifte van stoffen tussen een cel en het inwendige milieu weergegeven. Transport van stoffen kan plaatsvinden door:
1 actief transport;
2 diffusie;
3 osmose.
2p   8 Door welke van deze transportprocessen kan de cel stoffen opnemen en/of afgeven zoals aangegeven met de pijlen in de afbeelding?
A alleen door 1 en 2
B alleen door 1 en 3
C alleen door 2 en 3
D door 1, 2 en 3
 


Regulatie bloeddruk
De nieren spelen een rol bij de regulatie van de bloeddruk. Het JGA (Juxta Glomerulaire Apparaat), voor een deel gelegen in de wand van de aanvoerende slagadertjes naar de glomeruli, bevat receptoren die voortdurend veranderingen van de bloeddruk registreren (zie afbeelding hieronder). Bij een daling van de bloeddruk produceren cellen in het JGA renine, dat aan het bloed wordt afgegeven. Renine is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de regulatie van de bloeddruk.



bewerkt naar: N.A. Campbell e.a., Biology, Menlo Park, California, 1999, 888

De cellen die renine produceren, hebben een goed ontwikkeld golgisysteem.
1p   9 Wat is de functie van het golgisysteem in de cellen in het JGA?
 

In de afbeelding hieronder is de regulatie van de bloeddruk in de vorm van een model weergegeven. De productie van het enzym renine wordt voortdurend aangepast aan de omstandigheden.

bewerkt naar: G.B. Bannink en Th.M. van Ruiten, BioData, 1999, 154

Een student heeft in een korte tijd een zak zoute drop opgegeten. Dit heeft gevolgen voor het bloedvolume en de bloeddruk. Doordat de productie van renine wordt aangepast, wordt een bijdrage geleverd aan het weer normaal worden van bloedvolume en bloeddruk.
3p  10 Hieronder staat een tabel waarin je aan kunt geven hoe bij deze student de bloeddruk genormaliseerd wordt.
- Begin bij de invloed die de inname van een grote hoeveelheid zoute drop heeft op bloedvolume en bloeddruk.
- Geef aan wat er vervolgens bij de productie van renine en de terugresorptie van NaCl en H2O ingevuld moet worden.
- En wat het effect daarvan is op bloedvolume en bloeddruk.

1 bloedvolume    
2 bloeddruk    
3 productie renine    
4 terugresorptie NaCl en H2O  
5 bloedvolume    
6 bloeddruk    

 

1p  11 - Is bij de regeling van de bloeddruk door middel van renine sprake van een positieve of negatieve terugkoppeling?
- Licht je antwoord toe.
 


Hart en bloedsomloop
 
tekst
Een patiŽnt met een verdikte hartspier is in het Hartcentrum Rotterdam behandeld met een alcoholinjectie. Bij een verdikking van de hartspier ontstaat een vernauwing van vooral het linkerdeel van het hart. De patiŽnt heeft pijn op de borst en is kortademig. Tot nu toe waren er voor deze patiŽnten twee mogelijkheden: opereren en medicijnen.
Met de nieuwe behandeling wordt eerst, via de lies een katheter ingebracht en naar het hart opgeschoven. Via deze katheter wordt vervolgens contrastvloeistof ingespoten. Op een cardiogram is dan te zien waar de hartspier is verdikt. Daarna wordt de alcohol op de juiste plek geÔnjecteerd. Het slinken van de spier is direct meetbaar.

Een patiŽnt die kortademig is, heeft een verhoogde ademfrequentie.
3p  12 Leg uit hoe een vernauwing van het hart indirect leidt tot een verhoogde ademfrequentie
 


BacteriŽn
BacteriŽn kunnen bij de mens infecties in de nieren veroorzaken.
2p  13 Op welke wijze kunnen bacteriŽn de nieren bereiken?
A alleen via het bloed
B alleen via urinebuis, blaas en urineleiders
C zowel via het bloed als via urinebuis, blaas en urineleiders
 


Het lichaam van de mens
In de afbeelding hieronder is schematisch de bloedvoorziening van een deel van het niermerg en van de nierschors weergegeven. Drie plaatsen in bloedvaten zijn aangegeven met P, Q en R.



bewerkt naar: R.F. Schmidt & G. Thews (red.), Physiologie des Menschen, Berlin, 1987, 778

2p  14 Op welke van de aangegeven plaatsen bevat het bloed de grootste hoeveelheid zuurstof per mL?
A op plaats P
B op plaats Q
C op plaats R
 
De osmotische waarde van het bloed in de slagaders wordt gemeten door osmoreceptoren in de hypothalamus. De osmotische waarde van het bloed wordt onder andere geregeld door het hormoon ADH.
In de afbeelding hieronder is op de X-as het traject weergegeven dat de vloeistof in een nefron doorloopt van het kapsel van Bowman tot aan het nierbekken. Op de Y-as is het volume van de vloeistof in dit traject weergegeven als percentage van de in het kapsel van Bowman gevormde voorurine.



bewerkt naar: R.F. Schmidt & G.Thews (red.), Physiologie des Menschen, Berlin, 1987, 787

Het volume van de (voor-)urine in het nefron is bij een sporter in twee situaties bepaald:

situatie P: voordat de sporter met de training begint;
situatie Q: na een uur waarin de sporter heeft getraind en hij flink heeft getranspireerd.
4p  15 Leg uit welke van de grafieken a en b (zie bovenstaande afbeelding) situatie Q weergeeft en gebruik daarbij de begrippen osmotische waarde, ADH, wateropname en uitscheiding.
 


Glucose en nierfunctie
Als bij een patiŽnt met onbehandelde diabetes mellitus (= suikerziekte) de glucoseconcentratie van het bloed langdurig is verhoogd, kan glucose in de urine worden aangetoond.
2p  16 Leg aan de hand van de nierwerking uit waardoor bij die patiŽnt glucose in de urine aanwezig is.
 


Ademhaling
In de afbeelding hieronder zijn spiergroepen weergegeven die bij de ademhaling zijn betrokken.


2p  17 Wordt de druk in de longen lager, blijft deze gelijk of wordt deze hoger wanneer de spieren die in de afbeelding met S zijn aangegeven, zich samentrekken?
A wordt lager
B blijft gelijk
C wordt hoger
 

De ademhalingsfrequentie wordt onder andere beÔnvloed door het CO2-gehalte van het bloed en door het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel wordt verdeeld in een orthosympathisch en een parasympathisch deel.
Vier factoren die bij de mens de ademhalingsfrequentie beÔnvloeden, zijn:
1 daling van het CO2-gehalte van het bloed;
2 stijging van het CO2-gehalte van het bloed;
3 stijging van de impulsfrequentie in het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel;
4 stijging van de impulsfrequentie in het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel.
2p  18 Onder invloed van welke van deze factoren neemt de ademhalingsfrequentie toe?
 


Het menselijk lichaam
In de afbeelding hieronder is het verloop van de druk in de longen en het verloop van de druk in de interpleurale ruimte (de ruimte tussen longvlies en borstvlies) weergegeven tijdens de ademhaling. Eťn ademhaling bestaat uit een inademing en een uitademing.


2p  19 Wordt de druk in de interpleurale ruimte tijdens een inademing lager, blijft deze gelijk of wordt deze hoger?
A lager
B gelijk
C hoger